Luc Vanbrabant over de West-Europese rus

Kurt Wayenberg, 20 jun. 2024

De West-Europese rus via Roslagen tot de Rus in Kyiv-Kiev en Constantinopel[1]

“In de Noord-Franse en Vlaamse moerasgebieden tussen de Somme en de Schelde woonden vorsten in burchten tussen het riet. De naam roes, rus en ruis herinneren daaraan. Die plaatselijke vorsten waren belangrijk en regeerden autonoom en hieven tol. Dit volk met rijke handelaars en schippers beschouwde de Noordzee als hun thuis. Een aantal van hen kon de komst van niet verwerken en emigreerde naar Engeland, Normandië, Scandinavië en vandaar uit verder naar Kyiv en Constantinopel. Deze migrerende groep rus was niet zo groot in aantal maar economisch gezien wel belangrijk. Hun handelspraktijken in een aantal havens rond de Noordzee en de Oostzee tot in het zuidelijke Constantinopel waren een voorbode van de later ontstane Hanzesteden.”

Dit is zowat de stelling van Luc Vanbrabant in zijn recentste publicatie “West-Europese rus via Roslagen tot de Rus in Kyiv-Kiev en Constantinopel” op academia.edu. Het is een lijvig document en het doorspitten van de 67 pagina’s vraagt wat doorzettingsvermogen, maar zoals altijd is zijn werk zeer inspirerend en nodigt het oprecht uit om over de materie na te denken.

Een aparte stelling van Luc is bijvoorbeeld dat de reuzen in de (latere) legendes verwezen naar de ‘rus’ die woonden bij de rivieren, kreken en baaien langs het kustgebied van de Somme tot Zeeland. Luc verwijst ook naar o.a. Sidonius Apollinaris, Pacatus, Tacitus en Mela die allen de uitzonderlijke grootte van de volkeren van Germania vermelden. En ook in Engeland werden de aankomende Saksen beschreven als grote mensen in vergelijking met de inlandse bevolking. En iedereen kent Karel de Grote natuurlijk.

Zijn bewijslast van toponiemen zowel in Noord-Frankrijk als in het gebied waarnaar deze ‘rus’ toe migreerden mag er echt wel zijn! Het overzicht van de kronieken, sagen en legendes is inspirerend en ongelooflijk indringend. Maar de sterkste prestatie van Luc is ongetwijfeld zijn onderzoek naar leenwoorden in de [Slavische] talen in de scheepvaart en de (nautische) termen, de persoonsnamen en de toponiemen in de streek waar de ‘rus’ aanwezig waren, traditioneel verklaard vanuit Slavisch, Fins, Russisch en Scandinavisch…

Een bloemlezing uit het artikel

Betreffende diverse toponiemen:

  • Steden met ‘Rus’: ruskibruok (Ruisbroek bij Brussel), ruskilētha, Rusleda (Ruiselede bij Tielt), Roeselare (Roslar in de negende eeuw)
  • Steden met ‘Ros’: Roesbeke (Rosbacem, nu Rebecq), Roosbeek (Rosbas), Roubaix (Rusbaci negende eeuw), Rozebeke (Rosbecca), Roesbeek (Gooik en Meerbeke)
  • Goederen: den russchen gaver (1546), aen den russenbrouck (1571), de ruschins merchs na (1285/1379), inde rusmersch (1577), s Rusens Goed (1448/1529), in russelüns ackere (1450/1571).

 

Voor de sagen, legendes en folklore verhalen verwijst Luc natuurlijk naar de vele reuzen in optochten, carnavalsvieringen, kermissen en verhalen en liederen:

  • In Cassel en Duinkerke (in Frans-Vlaanderen) zorgde een reus “voor de opbouw en bescherming van de stad”
  • In Antwerpen was er “de reus Druon Antigoon (de Russche genaamd Druon Antigonon)”
  • Over Leiden en Antwerpen schreef men: “[…] werden beide kastelen ingenomen door enige russische zeerovers, die ze met geweld behielden […] Druon Antigon, geboren in Rusland, waardoor men […]”
  • Over Famars Herrin (in Henegouwen) heerste de ‘Russische’ heer Gordunus en woonden er ‘Duydsche, Saxenaeren, Denemerkers en Russen’
  • In Ath stappen er 3 ‘Reuzen’ in de stoet: de Deen Ogier, Het Ros (rus?) Beiaard en de reus Goliath
  • De Gigant van Dowaai (Douai) zou 2 keer groter dan Roeland zijn geweest
  • En verder gelijkaardige verhalen in Nijmegen, Dordrecht, Breda, Hoogstraten, Roeselare, Ingelmunster, Roussillon, Lille, Steenvoorde, Duinkerke en Cassel.

 

Luc heeft het ook over het Reuzen lied en noteert dat men o.a. in Geraardsbergen in 1841 volgende versie zong:

Wij zijn allen van reuzen gekomen, reuzen gekomen, en maken een sprong.
Keer u eens om, ruske, ruske, keer u om, reuzen-blom...

 

De versie van het lied dat ik als jonge knaap (geboren en getogen in Geraardsbergen) luidkeels meezong herinner ik me als volgt

Wij zijn allen met reuzen gekomen, reuzen gekomen, we maken een sprong
Keer u weer om, reuske, reuske, keer u weer om, reuzen-gom

Ik had geen idee waarover ik het had… 

Littus Ruthenicum

Een kaart van Malbrancq Jacobus uit 1639, die de situatie in de jaren 800 tracht voor te stellen, toont dat de Morinen woonden aan de Littus Ruthenicum van de pagus Morinorum.

       
   
Afbeelding 1: Littus Ruthenicum - kaart van Malbrancq Jacobus uit 1639
   

Orosius plaatste de Ruthenen tussen de Gallische havens en de havens op de Rijn, wat samenviel met de woonplaats van de Morinen.

Het Cartularium van Sint-Bertijn plaatst Ruthenië in de buurt van Vlaanderen (His Ruthenica Patria. Cum vicine Flandria. Agnio riparia Suscepere numina).

Luc is er overtuigd van dat deze naam ‘Littus Ruthenicum’ leidde tot de naam ‘Russische kust’ en de vele verhalen en toponiemen van de rus…

Nazaten van de ‘rus’ in Engeland

Luc stelt vast dat, sedert de verovering van Engeland door de Normandiër Willem, we rus terugvinden in die streken. De rus behoorden tot de grote groep Vlamingen die meestreden met Willem en waarvan velen beloond werden met grond en titels in Engeland en al gauw gingen behoren tot de ‘adel’ van het nieuwe land. Luc werpt de volgende familienamen op: Roos, Rooss, Rose, Rosse, Rous, Rousseau, Rowse, Rozel, Rufus, Rus, Ruse, Rusell, Ruschy, Rush, Ruschars, Ruschart, Rushell, Rushy, Ruskere, Russ, Russe, Russeell, Russeau, Russey, Russi, Russing, Ryce, Ryss, enz.

Luc benoemt ook tal van namen en toponiemen die hij vond in Engeland en die een connectie hadden met rus- en rode- families in Vlaanderen.

Littus Ruthenicum => Rusland?

We komen nu bij het moeilijkste deel van het artikel. Kan de naam Rusland gekoppeld worden aan de Littus Ruthenicum. Luc denkt van wel en argumenteert als volgt:

Historisch wijst men het land van Roes aan als een streek die zich uitstrekte over ruwweg Noord-West Rusland, het noorden van Oekraïne, Wit-Rusland, het oosten van Polen en Litouwen.

In het Oud-Russisch was een Rus een Germaans persoon. In 862 noemde men de Rus ook Russes, Zwejen, Angelen-Angliane, Urmane en Gote-Goten. Urmane werd ook geschreven als Nurmane (noordmannen?) en Murmane. Murmane past dan voor Moermannen uit het Morinenland....

De vraag is dan natuurlijk: hoe zijn ze daar geraakt? Luc stelt:

De rus waren handelaars langs de rivieren en zijn ze naar de Oostzee getrokken en verder naar de Midden-Wolga. Ze stichtten versterkte steden tot aan de Midden-Dnjepr en spraken dan al een geëvolueerde taal omdat ze zich hadden geassimileerd met de Slaven waar ze tussen woonden. Ze werden christen met een ritus zoals de Byzantijnen.

De Roes of Rus stichtten ook het rijk der Kyivse Roes, in het westen gekend als Ruthenië. Ibn Fadlan beschreef de Rus’ handelaars in de tiende eeuw. Volgens Ibn Fadlan meerden ze aan met hun boten en bouwden ze aan de wal grote houten hutten voor zichzelf waarin ze met tien tot twintig samenleefden en handeldreven. Het ging duidelijk om verenigingen van kooplieden die gezamenlijk leefden en zakendeden. En ze hielden veel van drinken…

Arabische auteurs maakten een onderscheid tussen Rus / Rustah en aş-Şaqâliba (Slaven). de eerste zijn krijgers en kooplieden (en wonen op een eiland), terwijl de laatste landbouwers en veehouders zijn.

Ook dit deel wordt verder  onderbouwd met tal van toponiemen en anekdotes (o.a. een mooie anekdote over Hludwig I de Vrome en de Byzantijnse diplomaten).

Het Rus of Roes gebied zou zich later uitstrekken van de Karpaten tot bij de Oeral en een bijkomend oud centrum in Roslagen in Zweden. Met enige voorzichtigheid herkent Luc hier trouwens een voorloper van het latere Hanze-systeem.

Van een negende-eeuwse Rus-wiking Rorik stammen verschillende koninklijke families af. Langzaam ging de naam van hun groep over naar het land zelf… aldus de stelling van Luc!

Scheepvaart, (nautische) termen, persoonsnamen en toponiemen bij de Rus

Zoals eerder gesteld is de sterkste prestatie van Luc ongetwijfeld zijn onderzoek naar leenwoorden in de [Slavische] talen in de scheepvaart en de (nautische) termen, in de persoonsnamen en in de toponiemen in de streek waar de ‘rus’ aanwezig waren.

Men zoekt de oorsprong meestal in de richting van vooral Slavisch, Fins, Russisch en Scandinavisch, maar Luc claimt natuurlijk een Germaanse / Dietse oorsprong.

Ik geef opnieuw een bloemlezing:

Schepen:

  • Corabl korabl’ корлвль-corlvl (Nederlands: karveel)
  • Skyd’ skedij skedia ushkui (Nederlands: schuit)
  • Shneka chnieka snekkja snesque snesquet esnèque isnecchia (Nederlands: snek)

 

Scheepstermen:

  • Ankyra ankura Russisch: якорь (yakor') (anker)
  • skot (vee) Oud-Nederlands scot (geschut vee)
  • stul’ stoel. Oud-Nederlands stuol, stul, stol (stoel).

Luc gaat verder met een overzicht van West-Germaanse persoonsnamen bij de Rus. De historische bronnen hebben weinig of geen aandacht voor heidense namen stelt hij.

Van Adulb, Adun en Aktevu over Liud, Malfrid en Moni tot Ustin, Ver’mud en Yefanda … Luc komt steeds met een Germaanse of Dietse verklaring. Wanneer een naam niet te vinden is in historische bronnen zoekt hij wortelwoorden bij bestaande woorden van de gewone taal.

Daarna herhaalt hij dezelfde oefening voor een groot aantal plaatsnamen. Op te tekenen hier zijn bijvoorbeeld Fenevychi (met veen en wijk in het toponiem), Ogre (van Ogier de Deen) en Vitebsk /Belarus met het mooie woord ‘wit’ er in…

Luc laat de reis van de ‘rus’ eindigen in Constantinopel-Byzantium en legt uit hoe de hoge adel van de Rus standing kreeg, terwijl ze toenadering zoeken tot West-Europese vorsten om hun aanzien te vergroten. Er zijn blijkbaar meer dan zestig gedocumenteerde dynastieke huwelijken gekend van Rus met westerlingen… 

En hij eindigt zijn verhaal terug in Brugge. In de Basiliuskapel uit de twaalfde eeuw te Brugge is een reliëf in de muur verwerkt die Basilius toont die iemand doopt.

       
   
Afbeelding 2: Reliëf uit de twaalfde eeuw in de Basiliuskapel te Brugge
   

Zou het hier wel gaan over de Heilige Basilius de Grote uit de vierde eeuw (aan wie de kapel toegewijd is), vraagt Luc zich af, of wordt hier Basileios II getoond die van 976 tot 1025 keizer was van het Byzantijnse Rijk.

Was de persoon die gedoopt werd een rus (Vlaming) vraagt Luc zich af… en is dit reliëf een echo dat de Rus in de 2e helft van de negende eeuw geleidelijk christen werden?

Zoals altijd zijn de werken van Luc voor liefhebbers van de geschiedenis van de Lage Landen om bij weg te dromen. Ik heb in zijn teksten nog geen tegenstrijdigheden ontdekt. Zijn puzzelstukjes vallen nog steeds iedere keer mooi samen…

 


[1] De West-Europese rus via Roslagen tot de Rus in Kyiv-Kiev en Constantinopel (paper op academia.edu)
              Reactie geven op artikel